Bluebeach Volleybal - spelregels

Puntentelling
Er wordt gespeeld volgens het rallypoint systeem. Dat betekent dat na iedere rally een punt aan de winnaar van die rally wordt toegekend. Na iedere wedstrijd worden de puntentellingen doorgegeven aan de organisatie. Bij de Finale wordt gespeeld tot 21 punten met twee punten verschil.

Veldwissel
Na 8 minuten wordt er van speelhelft gewisseld. Time-outs Time-outs zijn niet toegestaan.

Spelerswissels
Spelerswissels zijn toegestaan.

Voetfouten
Er is geen middenlijn! Een speler mag in het veld van de tegenpartij komen, mits de tegenstander daardoor niet direct of indirect wordt gehinderd.

Opslag
Er mag vanachter de gehele achterlijn geserveerd worden. Er is slechts een opslagpoging. De spelers houden zelf de opslagvolgorde in de gaten. De niet serverende spelers mogen het zicht op de opslaande speier niet ontnemen.

Netservice
Een netservice is niet fout, het spel gaat 'normaal' door.

Servicepass
De service mag zowel bovenhands, onderhands als met elk ander lichaamsdeel worden opgevangen, mits daarbij een harde techniek wordt gebruikt.

Set-up
Een bal welke de intentie heeft van een set-up (dit kan dus nooit de derde bal zijn), mag over het net worden gespeeld. Indien dit niet te beoordelen is voigt een dubbelfout. Internationaal mag de bal tijdens de set-up niet meer dan een maal roteren maar wei dragend in een vloeiende beweging bovenhands worden gespeeld. Bij beachvolleybal in Nederland volgen we meestal aileen het tweede gedeelte van deze spelregel. De bal mag dus roteren en mag ook dragend bovenhands worden gespeeld maar moet daarbij te allen tijde boven de schoudergordel gespeeld worden.

Aanval
De aanval mag aileen met hard contact worden uitgevoerd (smash, geslagen boogbal, knokkels, vingertoppen, vuist, onderhands enz.) Het is dus niet toegestaan de aanval uit te voeren door middel van de push- of duwtechniek waarbij met de vingers richting wordt gegeven aan de bal. Ais uitzondering geldt een bovenhandse aanval, waarbij de balbaan loodrecht op de schouders staat van de uitvoerder. De speler houdt daarbij contact met de grond (geen sprong).